Onlangs heeft de National Labor Relations Board (NLRB) haar onderzoek naar vergeldingsmaatregelen van werkgevers op basis van het gebruik van sociale media door werknemers hernieuwd. Op 24 januari 2012 heeft de adjunct-hoofdjurist van de NLRB een tweede rapport uitgebracht over sociale media-zaken, waarin de gemeenschappelijke kenmerken worden besproken van het sociale-mediabeleid van bedrijven dat volgens de NLRB te ruim is in het kader van de National Labor Relations Act (NLRA). Volgens de NLRB omvat ongepast beleid inzake sociale media onder meer het verbod voor werknemers om via sociale media "kleinerende opmerkingen over het bedrijf" te maken of op andere wijze een werkgever of collega's in een "lasterlijk" daglicht te stellen, het verbod op "ongepaste gesprekken" door werknemers op sociale media en de eis dat werknemers "werkgerelateerde zorgen" eerst aan hun werkgever voorleggen alvorens deze zorgen op een socialemediaplatform aan de orde te stellen.
Werkgevers moeten het rapport van de NLRB grondig bestuderen en er goed aan doen hun beleid inzake sociale media te herzien om te controleren of het in overeenstemming is met de NLRA. Belangrijk is dat bedrijven die niet-vakbondsleden in dienst hebben, niet mogen aannemen dat ze buiten schot blijven, aangezien de NLRB onlangs ook heeft aangekondigd dat zij zich meer zal gaan inspannen om niet-vakbondsleden te informeren over hun rechten om deel te nemen aan beschermde gezamenlijke activiteiten in het kader van de NLRA (we hebben eerder een update over deze ontwikkeling gepubliceerd in de uitgave van 2 april 2012 van Foley's Legal News: Employment Law Update).