Hooggerechtshof verandert van mening en besluit zich niet te mengen in het verschoningsrecht van advocaten
Het Hooggerechtshof van de Verenigde Staten is van mening veranderd over de vraag of het een uitspraak moet doen over de juiste toets om de toepasselijkheid van het verschoningsrecht van advocaten op communicatie met een dubbel doel te beoordelen. Vorig jaar heeft het Hooggerechtshof een certiorari verleend in een zaak (In re Grand Jury, nr. 21-1397) waarin de vraag werd gesteld welke toets moet worden toegepast op communicatie die zowel zakelijke als juridische doeleinden dient, wanneer de juridische inhoud niet kan worden gescheiden van de zakelijke inhoud voor redactie. Op 23 januari 2023 heeft het Hooggerechtshof het certiorari-verzoek echter afgewezen.
Het Hooggerechtshof behandelde de mondelinge pleidooien op 9 januari. De verweerder pleitte voor de 'primaire doel'-test, waarbij communicatie niet onder het verschoningsrecht valt als het juridische doel van de communicatie niet het primaire doel was. De eiser pleitte voor een 'significant doel'-test, waarbij de communicatie onder het verschoningsrecht valt zolang de communicatie een legitiem juridisch doel had. Tijdens de pleidooien worstelden de rechters en de partijen met de verschillende tests voor het beoordelen van het voorrecht en hoe deze tests van toepassing zouden zijn op hypothetische situaties (bijvoorbeeld bij interne onderzoeken, in scenario's waarin een advocaat wordt betrokken bij een zakelijke bijeenkomst om mee te denken zoals de advocaat dat nodig acht, of bij e-mailwisselingen over zakelijke aangelegenheden waarbij een advocaat in cc wordt gezet zodat deze eventuele juridische overwegingen kan signaleren). Tijdens de zitting werd ook geworsteld met de wisselwerking tussen de verschillende federale en staatserkenningen van het verschoningsrecht tussen advocaat en cliënt. We hebben meer context gegeven aan deze argumenten in onze eerdere postover deze zaak.
Gisteren, op 23 januari 2023, twee weken na het horen van de mondelinge pleidooien, heeft het Hooggerechtshof het eerder toegekende certiorari-bevelschrift afgewezen met de enkele mededeling: "Het certiorari-bevelschrift wordt afgewezen als onterecht toegekend."
Dat het Hooggerechtshof zijn certiorari-beslissing heeft herzien en heeft besloten zich niet in deze wirwar te mengen, onderstreept hoe complex vragen over vertrouwelijkheid kunnen zijn, met name voor bedrijfsjuristen die zowel juridisch als zakelijk advies geven. Om de beste kans te hebben om vertrouwelijke communicatie te beschermen, moeten bedrijfsjuristen en hun cliënten ervoor zorgen dat ze goed op de hoogte zijn van vertrouwelijkheidskwesties en best practices voor het behoud van vertrouwelijkheid.
Foley beschikt over de middelen om u te helpen bij het navigeren door deze en andere belangrijke juridische overwegingen met betrekking tot bedrijfsactiviteiten en branchespecifieke kwesties. Neem bij vragen contact op met de auteurs, uw Foley-relatiepartner of onze Government Enforcement Defense and Investigations Group.